Annemarie

“De kralen raap je voorzichtig op, bekijkt ze één voor één
Je beschouwt en verdiept je dan, zonder waarde is er geen
Je poetst ze op, kijkt er doorheen, laat het licht er zacht door schijnen
Zodat ie, waardevoller nu, in volle glorie kan schijnen
Je vlijt ze neer en schikt op kleur, afzonderlijk en als geheel
Dan rijg je ze aan het kralensnoer, waar elk dan speelt zijn deel
Iets wat los was heeft weer grond, wat gesloten was is open
Verdriet wordt vloeibaar, haat lost op, er is rust en ruimte voor hopen
Met vaste grond onder de voeten nu, de tenen in het zand
Is de terugkeer stil en zacht en zijn we weer geland.
Lieve Sandra, dank je wel!”